zaterdag 2 mei 2015

In het basiskamp

Het verzamelen van eetbare paddestoelen in de bergbossen is slechts de eerste stap in het werk van onze mycologen. Terug in het base camp zit hun dag er nog lang niet op...

Een staal bevat enkele paddenstoelen afkomstig van hetzelfde mycelium. Het staal heeft een nummer, een beschrijving, foto's genomen in het veld, ... Daarna ondergaat elk staal diverse behandelingen met drie doelen:

1. Sporenprint en enten
Sporenprint 
Inenting
De hoed van een paddenstoel wordt op een drager geplaatst om de sporen te verzamelen. Dit heet het maken van een sporenprint in de mycologische jargon. De volgende dag worden de sporen geoogst en geënt in een petrischaal met een kweekmedium (agar). Na enkele dagen is het mycelium in de petrischaal voldoende ontwikkeld om opgekweekt te kunnen worden in Kigali Farms.




2. Levende stammen en DNA-stalen
Paddenstoelfragment in een buis voor DNA-analyse
Een fragment van een paar mm³ wordt in een buisje met cetrimoniumbromide gestopt, een stof de degeneratie van DNA blokkeert. Eenmaal terug in België, zijn deze stalen bestemd voor collecties van de Plantentuin Meise, terwijl de levende stammen naar de paddenstoelencollectie van de UCL gaan; dat is een verzameling van ongeveer 30.000 stammen van levende schimmels uit de hele wereld, die vooral gebruikt worden in taxonomische onderzoek.



3. Collecties van de Plantentuin
Gedroogd materiaal voor het herbarium
De rest van het staal wordt gedroogd en in een plastic zak bewaard en wordt gedeponeerd bij RDB en een dubbel in het herbarium van de Plantentuin Meise, vergezeld van de beschrijving, de veldfoto's veld en een staal van de sporenprint. Microscopisch onderzoek van de sporen is immers een noodzakelijke stap om de identiteit van een soort te kunnen bevestigen. 



Een dag op zending begint bij dageraad maar eindigt zelden voor 19:00 ...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen