vrijdag 17 april 2015

Het mysterie van de amaniet van Bweyeye!

Afspraak in Batwa-land

‘Cercopithecus de hoesti’
Vandaag hebben afspraak in Bweyeye, een dorp aan de rand van het Nationaal Park Nyungwe (970 km²), gelegen ten zuid-westen van Rwanda aan de Burundese grens, niet ver van het Kivumeer. Het bergregenwoud van Nyungwe is waarschijnlijk één van de best bewaarde in Centraal-Afrika.  Het heeft een uitzonderlijk rijke fauna en flora: ongeveer 13 soorten primaten, 32 amfibieën, 38 reptielen en wel duizend plantensoorten ... De paddenstoelenflora is er daarentegen heel weinig gekend, zoals in de meeste omringende landen en regio's.  Dit motiveert het op touw zetten van wetenschappelijke missies zoals deze, die in het bijzonder een betere kennis van de eetbare paddenstoelen beoogt.


Na twee uur trekken door een wirwar van paden in het regenwoud van Nyungwe, komen we aan in Bweyeye. De bewoners van een stuk van het dorp behoren tot het Batwa-volk.  Zij zijn van origine jager-verzamelaars van het regenwoud. Jean-Marie, een wachter die al had deelgenomen aan de vorige wetenschappelijke missie van oktober vorig jaar, wacht ons op.


De eerste expeditie in oktober onthulde de aanwezigheid van een amaniet, waarvan de soortnaam nog niet vastgesteld is, van de groep "phalloides" of "marmorata".  Deze soort wacht nog op een nauwkeurige identificatie!  De soort is zeker en vast in Afrika geïntroduceerd bij aanplantingen van eucalyptusbomen uit Australië. Dit is niet zo verwonderlijk ... veel paddenstoelensoorten hebben op deze manier de hele wereld doorkruist, “verstopt” in de vorm van mycelium, oftewel schimmeldraden, in de kluiten van geïntroduceerde bomen zoals eucalyptus en den. Maar de grote verrassing was ... te vernemen dat de plaatselijke bewoners deze amaniet opeten ... die als dodelijk wordt beschouwd!

Is de amaniet eetbaar?
Jean-Marie vond een inwoner die ons zal gidsen om de amaniet terug te vinden. Het doel: grote hoeveelheden te verzamelen voor een genetische en toxicologische analyse.  Hiermee kunnen we de soortnaam bepalen en de aanwezigheid van de dodelijke stof al dan niet bevestigen. Intussen bleef Assoumpta in het dorp om de families te bevragen hoe ze deze paddenstoel bereiden voor culinair gebruik.

"Zonder inspanning kom je er niet bij”, zegt Jérôme Degreef, de wetenschappelijke coördinator van de expeditie. Er wacht ons een stevige klim naar de top van de heuvel om de plaatsen te vinden waar deze befaamde paddenstoelen groeien.  We zoeken naar paddenstoelen met een beurs, dat is een soort van zakje of schede die rond de steelvoet achterblijft, een kenmerk dat je terugvindt bij amanieten.  Na drie uur onderzoek vinden we sommige prachtige exemplaren van andere paddenstoelengroepen ... maar geen amanieten. Ze groeiden er nochthans in grote aantallen in oktober. We bespeuren een blik van teleurstelling bij Jérôme toen ... uiteindelijk, onze plaatselijke gids ons naar een perceel leidt waar hij gelooft ze te hebben gevonden. "Ja, die is het!" roept Jérôme, en algauw wordt er gefotografeerd, geïnventariseerd en wordt ze meegenomen voor de collectie.

Na enkele tientalen minuten vinden we nog eens drie exemplaren in verschillende stadia van groei (zie foto). Helaas is de hoeveelheid veel te weinig om te hopen er een toxicologische analyse mee te kunnen uitvoeren. We maken van de gelegenheid gebruik om aan de gids te vragen of hij deze soort opeet en hoe hij ze klaarmaakt. Het antwoord is ja, maar hij verwijdert voor het koken het velletje dat de hoed van de paddenstoel bedekt.  Dit verhaal wordt ook bevestigd door Assoumpta, uit de getuigenissen van de dorpsvrouwen.

Assoumpta verzamelt de getuigenissen van de vrouwen




Morgen komen we terug om het inzamelen verder te zetten. Maar gezien onze kleine oogst en om het geluk zoveel mogelijk aan onze kant te hebben, vragen we onze lokale gids en de kinderen van het dorp om er voor ons te plukken. Wat zal het resutaat zijn? Dat zien we vrijdag dan weer ...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen