zaterdag 25 april 2015

Ethnomycology in Gishwati

We hebben een lange weg  afgelegd sinds we in Nyundo zijn aangekomen; bijna anderhalf uur hobbelige wegen om dan eindelijk het bos van Gishwati  te bereiken. Onderweg kon je er haast niet naastkijken, thee, de trots van de regio en als je de reclamepanelen mag geloven, de beste van heel Rwanda!
 Vanochtend hebben we afgesproken met Charles en Martin, twee Rwandezen van Batwa. Zij zullen de komende twee dagen onze gidsen zijn. Zij kennen het bos Gishwati  als hun broekzak want, zo vertelt Charles ons, tot 1985 leefde hij er met zijn familie onder het bladerdak. Daarna werden ze gedwongen om zich in dorpen te vestigen en werd hen de toegang tot hun oorspronkelijk leefgebied, ondertussen een beschermd heiligdom, ontzegd. Maakt de kennis van paddenstoelen nog deel uit van hun collectief geheugen?  Eten zij er nog van? Hebben zij er namen voor? Aan ons om het uit te vlooien…




Auricularia cornea
We nemen één van de smalle paden, recht het bos in, onder het oorverdovend krekelgezang en het concert van enkele exotische vogels en in de verte: de roep van chimpansees... Na een paar minuten, de eerste paddenstoelen; twee soorten judasoren (Auricularia cornea en A. delicata). Volgens onze heten ze in het Kinyarwanda: 'Ikinyagutwi'. Ze kennen de soorten wel, maar eten er verbazingwekkend genoeg niet van, hoewel judasoren elders in Afrika voor een delicatesse doorgaan.  Vlug wat foto's maken en wat stalen nemen en weer op pad.  Zo nu en dan moeten onze gidsen de plantaardige uitbundigheid te lijf gaan met hun machetes. Wat verder een champignon (Agaricus cf. bingensis). In Uganda staat dit neefje van onze Europese champignons hoog culinair aangeschreven; hier niet want men gelooft dat je doof wordt als je er van eet. De volksnaam windt er dan ook geen doekjes om:  'Ikizibamatwi' wat zo veel betekent als 'mond aan het oor’!


Verder tijdens onze tocht komen zowat 20 andere soorten tegen, die ze wel eten, maar die ze allemaal 'Ubuzuruzuru' noemen. Waarschijnlijk een generieke naam om aan te geven dat ze eetbaar zijn. Er zit o.a. een oesterzwam bij (Pleurotus djamor), een interessante vondst met potentieel voor Kigali Farms.


Waar Charles en Martin nog heel wat kennis bezitten over de paddenstoelen uit het bos, is dat niet langer het geval bij jongere generatie die nooit het leven in het bos hebben gekend. Daar de band doorgeknipt werd met het voorouderlijk leefgebied, worden de natuurlijke rijkdommen van dat gebied niet meer gebruikt en zal de kennis binnen enkele generaties volledig weg geërodeerd zijn.  Ethnomycology is dus een belangrijk onderdeel van onze wetenschappelijke missie hier en het werk van de Plantentuin Meise in Afrika: we identificeren de eetbare soorten, noteren hun lokale naam, en de eventuele gebruiken … voor de kennis voor goed verdwenen is. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen